Waterlinie Museum Fort Vechten masterplan

Masterplan Waterlinie Museum Fort Vechten

Masterplan Waterlinie Museum Fort Vechten

Bunnik, NL Bunnik, NL Bunnik, NL
Client: Opdrachtgever: Bauherr:
Provincie Utrecht
Project start: Start planontwikkeling: Planungsbeginn:
2006
Construction start: Start bouw: Baubeginn:
2010
Building cost: Bouwsom: Baukosten:
€ 15.000.000
Total GFA: Totaal BVO: Total BGF:
170.000 m2
Awards: Prijzen: Auszeichnungen:
2016 - NRP Gulden Feniks, winner category: Area transformation 2016 - NRP Gulden Feniks, winnaar categorie: Gebiedstransformatie 2016 - NRP Gulden Feniks, Sieger Kategorie: Gebietstransformation

The fortification ‘Fort bij Vechten’ was built between 1867 and 1870 and is the second largest fort of the defence line known as ‘Nieuwe Hollandse Waterlinie’. It consists of 16 buildings with a combined floor area of 11,000 m² and is constructed of 16 million bricks. Originally, the fort was completely bare, apart from the camouflage trees. From 1950 to 1996 it was used as a depot by the Ministry of Defence. During this time a rich flora and fauna was developed. In 1999, the fort was declared a national monument.

Rapp+Rapp made a masterplan for the redevelopment of the fort into a national museum. One of the most characteristic elements of the master plan is a 90-metre-wide strip across the fort, which was restored to its original state. Old ground coverings were restored, old structures reinstated, the architecture restored and cleaned, in order to reveal the scale of that 19th-century engineering work. The new entrance for visitors follows a bridge over the fort’s ditch. One enters the fort through a narrow split in the rampart, which conveys the length and height of this landscaped work of engineering. Within the fort, in line with the 19th-century landscape park, a number of routes have been set out, which stage the fort as a large defensive structure and make it comprehensible. The visitor centre is embedded in the ground behind the protective barracks and hereby the original spatial structure of the fort is preserved. The characteristic long façade of the barracks becomes the address of the new centre.

Het Fort bij Vechten werd gebouwd tussen 1867 en 1870 en is het op één na grootste fort van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Het bestaat uit 16 gebouwen met een gezamenlijk vloeroppervlak van 11.000 m² en is opgetrokken uit 16 miljoen bakstenen. Oorspronkelijk was het fort volledig kaal, op camouflage bomen na. Van 1950 tot 1996 was het in gebruik als Depot bij Defensie en ontwikkelde zich een rijke flora en fauna. In 1999 werd het fort aangewezen als rijksmonument.

Rapp+Rapp maakte het masterplan voor de herontwikkeling van het fort tot Nationaal Waterlinie Museum. Een van de meest kenmerkende onderdelen van het masterplan is een strook van 90m breed, dwars over het fort, die werd teruggebracht in zijn oorspronkelijke staat. Oude grondbedekkingen werden hersteld, oude attributen herplaatst, de architectuur hersteld en gereinigd, om de schaal van het 19e -eeuwse ingenieursbouwwerk zichtbaar te maken. Het fort werd voorzien van een nieuwe entree voor bezoekers. Via een brug over de omringende gracht betreedt men het fort door een smalle spleet in de aarden wal, die de lengte en hoogte van dit landschappelijke kunstwerk inzichtelijk maakt. Binnen het fort zijn, in de traditie het 19e -eeuwse landschapspark, een aantal routes voorzien die het fort als groot verdedigingswerk ensceneren en leren begrijpen. Het bezoekerscentrum ligt ingebed in de grond achter de bomvrije kazerne en laat zo de oorspronkelijke ruimtelijke structuur van het fort intact. De karakteristieke lange gevel van de kazerne wordt het adres voor het nieuwe bezoekerscentrum.

Die Befestigungsanlage „Fort bij Vechten“ wurde zwischen 1867 und 1870 errichtet und ist das zweitgrößte Verteidigungswerk einer Verteidigungslinie die als „Nieuwe Hollandse Waterlinie“ bezeichnet wird. Es umfasst 16 Bauwerke mit einer Gesamtfläche von 11.000 m² und wurde aus 16 Millionen Ziegeln errichtet. Ursprünglich war das Fort, abgesehen von den Tarnungsbäumen, völlig kahl. Von 1950 bis 1996 wurde die Anlage als Militärdepot genutzt und entfaltete eine reichhaltige Flora und Fauna. Im Jahr 1999 wurde das Fort zum nationalen Baudenkmal erklärt.

Rapp+Rapp erstellte den Masterplan für die Umnutzung der bestehenden Bauten zu einem nationalen Museum. Einer der markantesten Bestandteile des Masterplans ist ein 90 m breiter Querstreifen, in dem die Festung in ihren ursprünglichen Zustand zurückgebracht wurde. Alte Bodenbeläge und alte Gemäuer wurden wiederhergestellt, die Architektur restauriert und gereinigt, um so das Ausmaß dieser Ingenieursbauleistung des 19. Jahrhunderts zu veranschaulichen. Der neue Eingang für Besucher führt über eine Brücke über den Festungsgraben. Man betritt das Fort durch eine schmale Spalte im Erdwall, die die Länge und Höhe dieses landschaftlichen Kunstbaus vermittelt. Im Inneren Bereich der Festungsanlage sind, in der Tradition des Landschaftsparks des 19. Jahrhunderts, Wege und Pfade angelegt, die das Fort als große Verteidigungsanlage in Szene setzen und verständlich machen. Das Besucherzentrum liegt, im Erdreich eingebettet, hinter den Schutzkasernen. Die ursprüngliche räumliche Struktur des Forts bleibt somit erhalten. Die charakteristische lange Fassade der Kaserne wird zur Adresse des neuen Zentrums.